Periode
De periode van arbeidsongeschiktheid wordt in principe bepaald door de arts.
Er zijn echter ook situaties van arbeidsongeschiktheid waarbij andere regels van toepassing zijn.
Ziekte/ongeval
Deze dossiers worden steeds opgestart op basis van het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid (vertrouwelijk) ingevuld door een arts. De arts bepaalt de begin- en einddatum en het ziekenfonds neemt deze over.
Indien je na de einddatum nog steeds arbeidsongeschikt bent, dient je arts een getuigschrift ter verlenging op te maken met een nieuwe einddatum.
Indien we na de einddatum geen verlenging ontvangen, wordt het dossier na 3 weken automatisch afgesloten. Indien je vóór de geplande einddatum het werk zou hervatten of een werkloosheidsvergoeding zou aanvragen, is het belangrijk dat je hiervoor een attest van werkhervatting bezorgt. Je kan dit downloaden via het online kantoor Mijn VNZ.
Werkverwijdering
Indien je zwanger bent en in een omgeving werkt waar je blootgesteld wordt aan risico’s die je eigen gezondheid of die van je ongeboren kind in gevaar kunnen brengen, kan je door de arbeidsarts van je werkgever in werkverwijdering geplaatst worden.
De begindatum van de werkverwijdering is afhankelijk van de sector waarin je werkt: soms moet je het werk meteen stopzetten en in sommige sectoren mag je nog verder werken tot bijvoorbeeld de 6de maand van je zwangerschap.
De einddatum wordt bepaald in functie van de vermoedelijke bevallingsdatum en eindigt in principe 1 week voor deze datum aangezien dan je moederschapsrust moet starten.
Let op: indien je contract beeïndigd wordt, zal je werkverwijdering automatisch stopgezet worden op de einddatum van je contract gezien er dan ook geen risico meer is.
Moederschapsrust
Hierin wordt er een onderscheid gemaakt tussen de algemene regeling (loontrekkenden, werkzoekenden) en de zelfstandige regeling.
In de algemene regeling kan je aanspraak maken op 15 weken moederschapsrust (19 weken in geval van een meerling).
Van deze 15 weken dien je verplicht 1 week prenataal en 9 weken postnataal op te nemen. De 5 overige (facultatieve) weken kunnen flexibel ingezet worden. Zo kan je ervoor kiezen om niet 1 week maar 6 weken voor de bevalling het werk stop te zetten.
Indien je blijft werken tot 1 week voor de bevalling, kan je deze 5 weken na de bevalling opnemen.
Als zelfstandige heb je recht op 12 weken moederschapsrust (13 weken in geval van een meerling).
Van deze 12 weken dien je verplicht 1 week prenataal en 2 weken postnataal op te nemen. De 9 overige (facultatieve) weken kan je flexibel inzetten. Indien je vroeger het werk wil stopzetten, kan je 2 facultatieve weken prenataal opnemen.
De facultatieve weken dienen niet aaneensluiten opgenomen te worden. Je hebt tijd tot 38 weken na de bevalling om de facultatieve weken op te nemen. Als zelfstandige heb je ook de mogelijkheid om de facultatieve weken halftijds op te nemen binnen deze periode. Op die manier kan je op een rustiger tempo het werk hervatten door eerst halftijds op te starten met een bijpassing van het ziekenfonds.
Geboorteverlof
Sinds 2025 heb je in het kader van geboorteverlof recht op 20 dagen, zowel voor een éénling als voor een meerling. De eerste 3 dagen worden door de werkgever betaald de overige door het ziekenfonds.
De 20 dagen dienen niet aansluitend opgenomen te worden. Je hebt 4 maanden tijd om deze op te nemen, te rekenen vanaf de bevallingsdatum.
Belangrijk
- Geboorteverlof kan enkel opgenomen worden indien je aan het werk bent, als werkzoekende heb je dus geen recht op geboorteverlof
- Als zelfstandige heb je ook recht op een vorm van geboorteverlof, maar dit loopt via het sociaal verzekeringsfonds en niet via het ziekenfonds.